Taal- en articulatiestoornissen

ARTICULATIE

Als kinderen leren praten is het normaal dat ze in deze ontwikkeling klanken niet correct uitspreken. Als dit echter te lang blijft duren, is er een articulatieprobleem en kan de logopedist helpen.

We gaan de klanken die niet, fout of anders worden uitgesproken aanleren met spelletjes en ze inoefenen in woordjes, zinnetjes en uiteindelijk ook in spontaan spreken.

TAAL

Onze taalontwikkeling is heel complex. Een baby begint met brabbelen waarna de eerste woordjes volgen. Hiermee maakt het kind korte zinnen en later ook zinnen die langer en complexer worden. Samenlopend leert het kind begrijpen wat iemand zegt en bedoelt.

Heel deze taalontwikkeling is spectaculair tijdens de eerste levensjaren maar loopt door tot je volwassen bent (en zelfs dan kan je uw taal nog verder ontwikkelen).

In dit leerproces kan er veel mislopen. Een taalontwikkeling kan vertraagd zijn en er kan ook sprake zijn van een stoornis. Extra taaltherapie is dan bij beiden aan te raden.

Afhankelijk van het probleem gaan we oefenen op woordenschatuitbreiding, juiste zinnen leren maken (syntax), meervouden/vervoegingen/verkleinwoorden/… inoefenen (morfologie), … Dit doen we meestal op het niveau van begrijpen alsook zelf praten.

FONOLOGISCH PROBLEEM

Soms praten kinderen zo onduidelijk dat ze voor veel mensen niet goed verstaanbaar zijn. Vaak gaat het dan niet over een eenvoudig articulatieprobleem (bv; /k/ niet kunnen uitspreken) maar over een fonologisch probleem (bv; /k/ wisselen met /t/). Dit valt ook onder een taalstoornis. Het heeft dus meer te maken met de talige ontwikkelingen dan met een foutieve uitspraak/articulatie.

In dit geval pakken we het initieel vaak anders aan. We proberen het kind het verschil tussen bepaalde klanken aan te leren d.m.v. begrippen (bv: voor – achter). Eerst gebeurt dit heel speels, dan op klankniveau waarna het moeilijker wordt met woorden. Aanvullend oefenen we ook via de ‘gewone’ articulatietherapie.